De eerste maanden voltrokken zich als bijna in een waas. Ik kan me ze dan ook bijna niet herinneren. Het leek wel alsof ik als verdoofd verder leefde. Deed wat ik moest doen en verder voelde ik me wat allenig, wat verlaten en af en toe vreselijk zielig. 

Je moet weten: mijn vader overleed 14 jaar geleden, mijn moeder vorig jaar op 11 augustus en mijn broer is er alweer zo’n 5 jaar niet meer.

Verder hield mijn familie dus gewoon op met te bestaan, behalve ik dan.

Nu ben ik enkele maanden later gewoon weer bezig een leven op te bouwen zoals ik dat wil, na jarenlange intensieve zorg voor mijn moeder.

Dat heeft af en toe wel wat voeten in de aarde, want het verloopt niet allemaal even soepeltjes steeds, maar toch, mijn vertrouwen groeit met de dag.

Niet alleen in mezelf. Om wat ik regel, maar voornamelijk hoe ik het allemaal regel. 

Maar ook vertrouwen in de rest van de mensheid. Want als je maar heel hard roept:

“Ik trek het even niet” 

Laat iedereen terstond alles uit zijn handen vallen om me te redden van dat ene wanhopige momentje. 

Daar ben ik heel blij mee. 

Men voelt haarfijn aan hoe ik soms van de koffie in de drup beland. En helpt, zonder bezwaren, en altijd met medeleven.

Dat is natuurlijk wederkerig. Ook ik heb mijn portie meegemaakt en het leven en kan indien noodzakelijk daar ook anderen mee helpen. Ook daarin groeit mijn zelfvertrouwen met de dag. Laatst kwam ik iemand tegen en die begroette me, met: 

“Hee, fijn mens! Hoe gaat het ermee?”

Denk ik toch mijn familie vanaf een wolkje mee glimlacht en een grote thumbs-up maakt richting mij. 

Want dat is toch ongeveer het mooiste compliment wat je iemand kunt schenken…